1. Wat is de zin van al dat machtsvertoon,
het woest verzet tegen de hemelkoning,
tegen Godzelf en zijn gezalfde zoon,
het leidt tot niets, hoe dwaas toch die vertoning.
“God en zijn volk; wij zullen hen bestrijden”,
zo klinkt hun trotse stem op hoge toon.
“Wij zullen overwinnen, ons bevrijden,
de tegenstanders stoten van hun troon”.

2. God lacht om al die dwaze tegenstand,
wat denken zij daarmee wel te bereiken.
Hij spot met hen; één teken van zijn hand
is al genoeg om hen te doen bezwijken.
Dan breekt zijn woede los en zij verbleken,
zij zijn verbijsterd, weten zich geen raad.
Als God zich op zijn vijanden gaat wreken
is niemand nog tot enig ding in staat.

3. Vol boosheid spreekt de Here God zijn woord:
“Op de berg Sion zalfde Ik mijn koning”.
Ik roep het uit zodat een ieder hoort,
Hij sprak tot mij vanuit zijn hoge woning:
“Jij bent mijn zoon, vandaag verwekt tot leven,
voor al wat leeft geef ik je vrij mandaat.
Breek met je staf wie zich niet overgeven
zoals je aardewerk aan stukken slaat”.

4. Dus wees verstandig, luister naar Gods woord
en wees gewaarschuwd leiders van de aarde.
Wat niet bestaan kan, gooi het overboord,
toon God ontzag, dat heeft voor eeuwig waarde.
Wil met een kus eer aan zijn zoon bewijzen
anders treft u zijn toorn, uw weg loopt dood.
Gelukkig wie op aarde God zal prijzen,
zijn schuilplaats en zijn redder in de nood.