1. Wie nodigt U, Heer, in uw tent
om op uw heil’ge berg te wonen?
Wie goed doet en uw wegen kent,
nimmer de reputatie schendt
van hem die hij respect moet tonen.

2. Hij die zijn naaste niet bespot,
eert wie ontzag heeft voor de Here.
Veracht wie in zijn doelloos lot
zich niet gewonnen geeft aan God
maar tegen Hem blijft rebelleren.

3. Wat hij gezegd heeft blijft van kracht
al zou ’t hem ook tot nadeel wezen.
Geen woekerwinst, verraad of macht
hebben hem uit balans gebracht.
Zodoende heeft hij niets te vrezen.


Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Required fields are marked *

Plaats reactie